Over het meisje dat niet wilde sterven

De thema’s coma, hersendood, bewustzijn, orgaandonatie, leven en dood hebben in één week tijd niet zo de boventoon gevoerd in de traditionele en sociale media als in de afgelopen week.

Over het meisje dat niet wilde sterven..
Al is er zeker kritiek op de totstandkoming van de documentaire en medisch gezien, terecht, over de handelwijze van het behandelend medische team (waar ik hier niet op in ga), deze documentaire raakt aan een ‘onderbuik gevoel’ van veel Nederlanders, waardoor zij ondanks de vele wervingen van de Overheid, geen duidelijk ‘ja’ zeggen tegen orgaandonatie.

Op de één of andere manier heeft de aanhoudende lobby door de Overheid en de Transplantatie Geneeskunde voor meer orgaandonoren nog altijd onvoldoende donoren opgeleverd. Een aantal mensen is vóór en verdedigt dat standpunt te vuur en te zwaard. Sommigen zijn tégen maar velen weten het niet en hebben ergens een gevoel dat het niet klopt. De documentaire van het meisje dat niet wilde sterven appelleert aan dat gevoel én versterkt dat mogelijk.

De wervingscampagnes van de Overheid zijn bijzonder eenzijdig en dwingend. De Stichting Bezinning Orgaandonatie wil daar graag iets naast zetten. Zij is niet tégen orgaandonatie maar is vóór het recht van iedere Nederlander om op basis van evenwichtige en onafhankelijke informatie tot een persoonlijke keus te komen. Bestuur, adviseurs en betrokkenen bij de Stichting zijn dan persoonlijk misschien tegen, zij staan vooral een persoonlijke keuze voor die de polariteit ontstijgt. Wel is SBO tegen het voornemen van D66 om over te gaan tot een actief donor registratie systeem (ADR) omdat daarmee de bemoeienis van de overheid naar haar mening wel heel ver gaat.

‘Wanneer houdt het leven op en is iemand dood? Is dat het moment dat het hart niet meer klopt, het bloed niet meer stroomt en de schouwarts de dood heeft geconstateerd? Maar hoe komt het dan, dat hospicewerkers met grote regelmaat na het fysieke overlijden een aanwezigheid ervaren? Een ‘iets’ dat oplost of zich langzaam losmaakt maar waarmee in ieder geval nog een verbinding kan worden ervaren?’ (uit: In het licht van sterven).

Vanuit mijn ervaring met stervenden weet ik dat sterven een proces is. Een hoogstpersoonlijk proces dat kortdurend of langer durend kan zijn maar waarop orgaandonatie zonder uitzondering diep ingrijpt.

Naastenliefde
Een veel gehoord argument om wel tot orgaandonatie over te gaan is dat van ‘naastenliefde’. Tsja, dat klinkt mooi maar als we ons dan zo bekommeren om naastenliefde dan zouden we ons misschien juist in ons dagelijkse leven wat meer door naastenliefde kunnen laten leiden? Bovendien wordt bij orgaandonatie de liefde voor de directe naasten nogal geweld aan gedaan. Op het moment dat de hersendood is geconstateerd en de hersendode of zijn nabestaanden hun toestemming hebben verleend voor donatie, wordt de hersendode geliefde op het operatiebed, maar nog met een warm kloppend hart, met gezwinde spoed de O.K. opgereden. Naasten zijn niet in staat afscheid te nemen terwijl wij weten hoe belangrijk het is om, als het ons gegeven is, iemand zijn laatste adem te zien uitblazen. De orgaandonor ligt vervolgens in een kille, koude operatiekamer en sterft op de operatietafel. Hij sterft aan de gevolgen van het uitnemen van zijn organen en niet omdat zijn natuurlijke doodsmoment is aangebroken. Vervolgens krijgen de naasten hun leeg gehaalde dierbare terug: koud, kil en dood. Het voelt bijna als een gewelddadig ingrijpen. Persoonlijk kan ik me geen liefdelozer en kouder afscheid van het leven voorstellen.

Bewust kiezen
Toch óók kan ik me voorstellen dat er mensen zijn die, vanuit naastenliefde of vanuit de wens iets te betekenen of na te laten, vóór orgaandonatie kiezen. Ik zou hun goede intenties niet in twijfel willen trekken. Zo’n keuze vanuit naastenliefde is te maken, onbewust en onwetend van de vele aspecten. Zo’n keuze is óók vanuit naastenliefde te maken, maar dan bewust van alles wat rondom orgaandonatie en transplantatie een rol speelt. Dat laatste nu, lijkt me te allen tijde te prefereren.

Lees ook: Over de Prins die stierf…

Ineke
Ineke Koedam studeerde aan de UvH en is oud hospice coördinator. Sinds 2003 heeft zij haar eigen praktijk Weerschijn voor sterven, afscheid en rouw. Van 2009-2011 deed zij voor de Engelse neuropsychiater Peter Fenwick onderzoek naar 'end-of-life-experiences' . Ineke schoolt werkers in de terminale zorg, en spreekt en schrijft over sterven, het stervensproces en orgaandonatie.